Homepage > Compositions > Music Datasheet

"Radio Rumba"

ALGEMENE INFORMATIE
Titel Radio Rumba
ComponistF.G.J. Absil
Instrumentatie Harmonieorkest (Symfonisch blaasorkest)
DatumApril 2007
Duur5'35
StijlLatin (Cha-Cha, Bolero, Mambo/Guaracha, Conga)
ToonsoortF - Fm - Eb - Ab
Maatsoort4/4
Aantal maten174
TempoUiteenlopend (120, 76 en 180 BPM)
Moeilijkheidsgraad3
BEZETTING / ORKESTSTEMMEN
Piccolo, Fluit 1-2, Hobo 1-2, Fagot, Eb Klarinet, Bb Klarinet 1-2-3, Basklarinet
Altsaxofoon 1-2, Tenorsaxofoon 1-2 (solo), Baritonsaxofoon (solo)
Hoorn in F 1-2-3, Trompet 1-2-3 (solo), Trombone 1-2-3-4, Bariton 1-2, Tuba (Eb Bas, Bb Bas)
Jazz Gitaar, Piano (Keyboard), Contrabas (Akoestische Bas) of Basgitaar, Drums
Pauken, Slagwerk (minimaal 2 spelers: bongos, guiro, claves, congas, bar chimes, maracas, timbales), Mallets (marimba, vibrafoon, xylofoon)
BESCHRIJVING EN TIPS VOOR DE UITVOERING

Dit stuk is onderdeel van het muziek- en theaterproject Harenkarstival 2008. Het bevat vier Latijns-Amerikaanse dansen: een Cha-Cha, een Bolero, een Guaracha (mambo) en een Conga. Er zijn solo-partijen voor trompet, tenor- en baritonsaxofoon. Het gebruikt een uitgebreide ritmesectie (gitaar, piano/keyboard, bas, drums, met minimaal 2 percussionisten en optioneel een tweede keyboard voor de strijkerspartijen).

Het stuk opent met een traditioneel Cha-Cha patroon voor de ritmesectie, gevolgd door een unisono lead melodie door de drie solisten (vanaf m. 11), met orkestbegeleiding. Een dalende toonladder leidt naar de Bolero voor solo-trompet en met een gevoelige vijfstemmige saxofoon achtergrond. In de bridge ([F], m. 61) domineert het koper met een fortissimo sectie-harmonisatie, van commentaar voorzien door unisono saxofoons.

Bij letter [H], m. 77, is er een plotselinge overgang naar de Mambo/Guaracho (let ook op de kreten en de gezongen frases). Boven een herhalend montuno patroon in de ritmesectie keren de drie solisten terug met een unisono melodie, die herhaald wordt door de hoge houtblazers in [K], m. 101. Na een korte ad lib solo voor de percussie ([L], m. 117-128, timbales of bongos) wordt het montuno-idee overgenomen door het volledige orkest ([M], vanaf m. 129) tot een climax bereikt wordt.

Dan is er opnieuw een plotselinge overgang bij [N], m. 145, naar het typische dansritme van de Conga. Nogmaals introduceren de solo-blazers de melodie (vanaf m. 149), gevolgd door een double time feeling in de bridge in [O], m. 157-164, en een uitbundige slotclimax.

Een goede ritmesectie is essentieel om de Latin groove realistisch te krijgen. De percussiegroep kan naar believen uitgebreid worden met meer dan twee spelers.